Opnieuw raak voor Wout van Aert (31). Vier weken na zijn glorieuze overwinning in Parijs-Roubaix heeft onze landgenoot de gravelkoers Marly Grav gewonnen. “Dit is een heel mooi tussendoortje, ik heb me goed geamuseerd.”
Puur voor het plezier. Met die insteek stond Wout van Aert zondag aan de start van de Marly Grav, een gravelkoers in het Nederlandse Valkenburg. Vier weken na zijn geweldige overwinning begon het ook bij Van Aert te kriebelen om nog eens een rugnummer op te spelden.
“Ik heb me hier afgelopen maand absoluut niet op voorbereid, maar als WorldTour-renner heb je weinig kans om eens iets voor de fun te doen”, klonk het vooraf.
En of het plezier eraf spatte. Meteen vanaf de start zette Van Aert zich op kop en vormde zich een kopgroep met onder meer wereldkampioen Florian Vermeersch en Belgisch kampioen Niels Vandeputte. Het was Van Aert die zijn motor maar bleef aanzwengelen en de groep verder uitdunde.
Op 23 kilometer van de meet volgde zijn beslissende versnelling en trok hij solo naar de meet. Vandeputte maakte het Belgische onderonsje compleet.

Zo is het meteen weer raak voor Wout van Aert. Met een kamerbrede glimlach reed hij over de meet. Het zag er misschien makkelijk uit, maar dat was het zeker niet voor onze landgenoot.
“Het was een heel zware wedstrijd. In de laatste tien kilometer ging het licht bijna uit”, vertelde hij na zijn solo waarin hij zichzelf verbaasde. “Ik had niet gedacht dat ik mee kon doen voor de overwinning. Dit is een mooi tussendoortje. Ik heb me goed geamuseerd.”

Morgen vertrekt onze landgenoot op hoogtestage om zijn volgende doelen voor te bereiden. “Daar gaat hard getraind worden met het oog op de Dauphiné. Nadien vertrekken we weer op een andere hoogtestage richting het BK en de grote rondes.”
Op de weg hervat Van Aert in Auvergne-Rhône-Alpes, de voormalige Dauphiné. Daarna staan het BK, de Tour, de Vuelta en het WK op zijn programma.
Van dat WK in Montréal heeft hij een doel gemaakt, maar Van Aert is ook realistisch. “Een Tadej Pogacar in topvorm zal daar heel, heel, heel moeilijk te kloppen zijn.”