
Iran was ooit een bondgenoot van de Verenigde Staten en Israël, maar in de loop van meer dan zeventig jaar veranderde deze relatie ingrijpend en werd uiteindelijk openlijk vijandig. De recente militaire spanningen tussen de drie landen hebben deze lange en complexe geschiedenis opnieuw onder de aandacht gebracht.
In de jaren vijftig tot zeventig stond Iran onder leiding van sjah Mohammad Reza Pahlavi en was het een belangrijke partner van het Westen. In 1953 werd met steun van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een staatsgreep uitgevoerd die de macht van de sjah verstevigde. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde Iran zich economisch snel en werkte het nauw samen met zowel Washington als Tel Aviv op het gebied van defensie, energie, landbouw en technologie.
Halverwege de jaren zeventig begonnen de spanningen echter toe te nemen. De sjah wilde hogere olieprijzen en een onafhankelijker buitenlands beleid voeren, wat leidde tot wrijving met de Verenigde Staten. Tegelijkertijd veranderde de strategische dynamiek in het Midden-Oosten, waardoor ook de relatie met Israël onder druk kwam te staan.
Een beslissend keerpunt kwam in 1979 met de Islamitische Revolutie onder leiding van ayatollah Ruhollah Khomeini. De monarchie werd omvergeworpen en Iran werd uitgeroepen tot een islamitische republiek. De nieuwe machthebbers verbraken de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten en erkenden Israël niet langer. Kort daarna bezetten revolutionaire studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran en namen 52 diplomaten en medewerkers 444 dagen lang in gijzeling. Dit incident beschadigde de relatie tussen Teheran en Washington blijvend.
Sindsdien positioneert Iran zich als uitgesproken tegenstander van zowel de Verenigde Staten als Israël. De Iraanse steun aan gewapende groeperingen in de regio, waaronder Hezbollah in Libanon en Hamas in Gaza, versterkte het wederzijdse wantrouwen en leidde tot indirecte confrontaties in verschillende landen in het Midden-Oosten.
In de decennia die volgden bleven conflicten en spanningen escaleren, mede door zorgen over het Iraanse nucleaire programma en door regionale machtsstrijd in landen als Syrië, Irak en Jemen. Wat ooit begon als een strategisch partnerschap is uitgegroeid tot een diepgewortelde rivaliteit die vandaag de geopolitieke verhoudingen in het Midden-Oosten sterk beïnvloedt.